Jaarverslag CSO 2007 Centrale Samenwerkende Ouderenorganisaties mei 2008 Datum 17 april 2008 Kenmerk V 6929 ALG/MS/HS CSO Churchilllaan 11 3527 GV Utrecht 030 2769985 030 2719038 cso@ouderenorganisaties.nl www.ouderenorganisaties.nl Inhoudsopgave 1. De CSO in 2007 Rijksoverheid Europa Vertegenwoordiging Samenwerking 2. Inkomen en pensioenen Toekomst AOW Onvolledige AOW Koopkrachtontwikkeling Tegemoetkoming buitengewone uitgaven Medezeggenschap gepensioneerden bij pensioenregelingen Pension Fund Governance Toekomstbestendig pensioenstelsel Ouderen en arbeid Ouderen en sociale zekerheid Internationaal Adviescommissie Inkomen en pensioenen 3. Zorg en welzijn Modernisering zorgstelsel AWBZ - Toekomst - Afstemmingsoverleg CIZ - Zorgzwaartebekostiging - Eigenbijdrageregeling - Ondersteunende begeleiding - Indicatiestelling - Scheiden wonen en zorg Zorgverzekeringswet - Eigen risico WMO - Invoering - Cliëntenondersteuning en ouderenadvisering Geriatrie Overig - Versterking cliëntenwetgeving - Internationaal - Pakketbeheer - Hulpmiddelen - Borstkankeronderzoek - Waskosten Adviescommissie Zorg & Welzijn 4. Wonen en mobiliteit Wonen - Tekort woningen voor ouderen Mobiliteit - Chipkaart OV - Treinreizigers - Wegverkeer 5. Projecten NOOM, van project naar vereniging Borgen en bouwen Pensioenwet in uitvoering Meer woningen voor ouderen 6. CSO CSO-vereniging CSO-bestuur CSO-bureau CSO-adviescommissies Bijlagen a. CSO-vereniging, -bestuur, -adviescommissies, -werkgroepen en -bureau in 2007 b. CSO-vertegenwoordigers in externe organisaties in 2007 c. Afkortingen 1. De CSO in 2007 Rijksoverheid In het verslagjaar 2007 werd er een nieuw kabinet geformeerd, was er een coalitieakkoord en een regeringsverklaring en maakte het kabinet een zogeheten honderd-dagen-toer door het land. De CSO heeft in al die fasen de visie van de ouderenorganisaties op de voor ouderen relevante levensterreinen aangereikt, uitgevent en toegelicht. In gesprekken met de nieuwe ministers en staatssecretarissen pleitte de CSO voor een 'ouderentop'. Tot haar teleurstelling is dit idee niet door het kabinet opgepakt. De CSO ging bij alle Tweede-Kamerfracties langs om kennis te maken met de (nieuwe) portefeuillehouders en om de ideeën en voorstellen van de CSO toe te lichten. Staatsecretaris Jet Bussemaker maakte een Actualisatie ouderenbeleid, die de VWS-nota over ouderenbeleid van 2005 aanvulde en actualiseerde. De CSO heeft zich voorbereid op de behandeling hiervan in de Tweede Kamer, begin 2008. Op Prinsjesdag reageerde de CSO op de regeringsplannen, zoals verwoord in de Troonrede en de begrotingen. In het NOS-journaal gaf ze commentaar op de aangekondigde vermogenstoets in de AWBZ. In het radioprogramma Stand.nl verdedigde de CSO de stelling dat in de premiebetaling AWBZ al voldoende tot uitdrukking komt dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Europa Het AGE Platform Nederland neemt deel in het Europese AGE, de organisatie die beleid beïnvloedt en belangen vertegenwoordigt van ouderen in de Europese Unie. De CSO en kaderleden vanuit de lidverenigingen zijn binnen deze organen actief en nemen deel in de commissies van AGE Europe. In 2007 nam de CSO deel aan de vergaderingen van de agendacommissie en aan de platformbijeenkomsten van AGE Nederland. In de laatste vergadering van 2007 is aan de CSO gevraagd onder welke voorwaarden de CSO bereid is het secretariaat van AGE Nederland op zich te nemen. Het Nederlands Platform Ouderen en Europa (NPOE) is per januari 2008 gestopt en kan daarom niet langer het secretariaat van AGE verzorgen. De CSO werkt rond de jaarwisseling 2007-2008 aan de offerte voor deze werkzaamheden. Vertegenwoordiging De CSO, en met haar haar lidorganisaties, is op veel terreinen actief en wordt ook gevraagd dat te zijn. De CSO maakt hierbij dankbaar gebruik van de inzet van haar kaderleden en vrijwilligers. Ook wordt de CSO regelmatig vertegenwoordigd door beleidsmedewerkers van de aangesloten leden. Het is voor de CSO alle hens aan dek om aanwezig te zijn waar ze gevraagd wordt en waar ze dat zelf noodzakelijk vindt. In bijlage b. van dit jaarverslag staat in welke organen, organisaties, commissies en dergelijke de CSO door iemand is vertegenwoordigd in 2007. Samenwerking Op 23 juli schreef VWS-minister Klink in een brief aan de Tweede Kamer hoe hij zich de toekomstige financiering van de ouderenorganisaties voorstelt. Financiering van patiënten-, gehandicapten- en ouderenorganisaties (PGO-organisaties) zal voor een belangrijk deel plaatsvinden op basis van hun plannen voor activiteiten binnen vier programmalijnen. De CSO, CG-Raad en NPCF is gevraagd hierin een coördinerende rol te vervullen. In zijn brief schetst en erkent de minister dat er drie koepels zijn binnen PGO-organisaties: de NPCF, de CG-Raad en de CSO. Mede hierdoor kon de CSO een al langlopende discussie afronden over de vraag of het lidmaatschap van de CSO bij de NPCF nog wel logisch was. De ouderenorganisaties vinden dat er eerder sprake is van nevengeschikte dan van onderschikte koepels. Het bestuur besloot om per 1 januari 2008 uit de NPCF te stappen om vervolgens de samenwerking tussen de drie koepels met volle kracht voort te zetten. De brief van de minister leidde tot veel overleg tussen de CSO- lidverenigingen, met de andere koepels en met VWS. De CSO heeft de ouderenorganisaties uitgenodigd samen ideeën te formuleren voor de mogelijke invulling van de voorgestelde programmafinanciering. Aangevuld met de Landelijke Organisatie Cliëntenraden (LOC) werken zij plannen uit onder leiding van Gerard van Pijkeren, oud-medewerker van het ministerie van VWS. Het Fonds PGO financiert dit traject. Het ministerie van VWS schakelde adviseur Walter Etty in om te beoordelen of de drie genoemde koepels klaar waren voor de regiefunctie. Tegen de jaarwisseling adviseerde hij af te stappen van de gedachte de koepels te laten regisseren. In zijn advies aan VWS was hij uitgesproken positief over de ouderenorganisaties, hun organisatiegraad, het vertrouwen dat ze hebben bij hun leden en over hun activiteiten. Hij adviseerde de ouderenorganisaties hun huidige financiering te laten behouden. Zowel de voorzitter als de directeur van de CSO besteedden veel tijd aan deze ontwikkelingen. In 2008 zal duidelijk worden wat dit advies voor de minister betekent. 2. Inkomen en pensioenen Toekomst AOW Veel aandacht van de CSO ging in 2007 uit naar het vraagstuk van de toekomstige financiering van de AOW. Begin 2007 bleek dat het nieuwe kabinet van plan was om in de toekomst bepaalde groepen ouderen een extra heffing te laten betalen. Het zou gaan om ouderen die voor hun 65e jaar stoppen met werken én die tevens na hun 65e een aanvullend pensioen krijgen van meer dan 15.000 euro per jaar. De CSO heeft tijdens de onderhandelingen de fractievoorzitters van de coalitiepartijen laten weten dat haar lidorganisaties het niet eens zijn met dit voorstel. Het maken van een onderscheid tussen mensen die voor hun 65e jaar stoppen met werken en zij die doorwerken tot 65 jaar is onterecht. Mensen in zware beroepen, die al op jonge leeftijd zijn begonnen met werken, worden hiervan de dupe. De CSO stelt dat de gevolgen groot zijn voor degenen die buiten hun wil niet in staat zijn om tot hun 65e te werken, omdat zij arbeidsongeschikt zijn of omdat zij onvrijwillig werkloos zijn geworden De CSO vindt dat eerst onderzocht moet worden hoe hoog de kosten van de AOW de komende dertig jaar zullen zijn en welke financieringsmogelijkheden hier tegenover staan. Bovendien moet worden bekeken welke andere maatregelen kunnen bijdragen aan de financiering van de AOW, bijvoorbeeld het verminderen van de staatsschuld en het verhogen van de arbeidsparticipatie van oudere werknemers. Wanneer die toch onvoldoende blijken, zal iedere burger naar draagkracht moeten bijdragen. De CSO pleit ervoor een staatscommissie in het leven te roepen die de gevolgen van de toename van het aantal 65-plussers voor de financiering van de AOW in kaart brengt. Een onafhankelijk onderzoek kan bijdragen aan een volwaardig voorstel dat draagvlak heeft in de samenleving. Onvolledige AOW Iemand die niet altijd in Nederland heeft gewoond, krijgt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd geen volledige AOW. Er is een korting van twee procent voor elk jaar dat iemand tussen zijn vijftiende en 65e levensjaar niet in Nederland heeft gewoond. Er zijn twee vraagstukken: . Hoe wordt voorkomen dat iemand een onvolledige AOW opbouwt? . Hoe wordt voorkomen dat een 65-plusser met een onvolledige AOW onder het bestaansminimum komt? In CSO-verband hebben de ouderenorganisaties eind 2007 een gezamenlijk standpunt geformuleerd. Het belangrijkste element is dat 65-plussers niet thuishoren in de Wet werk en bijstand (Wwb). De Wwb is bedoeld voor mensen die als gevolg van werkloosheid (tijdelijk) geen inkomen uit arbeid ontvangen. Via reïntegratietrajecten wordt getracht om ze weer een inkomen te laten verwerven. Bij 65-plussers is er geen sprake van tijdelijke werkloosheid. De aanvullende bijstand is voor hen een definitieve situatie. Voor hen moet daarom in de toekomst een aparte inkomensregeling 65-plus ontwikkeld worden. Zolang deze regeling er niet is, moeten de inkomens- en vermogensvrijlating in de Wwb verruimd worden en moet het gemakkelijker worden om extra AOW-pensioen in te kopen. De 65-plussers die in aanmerking komen voor aanvullende bijstand, moeten onder een lichter regiem vallen dan 65-minners: geen maandelijkse controle meer, maar het doorgeven van relevante wijzigingen en het verruimen van de mogelijkheid om in het buitenland te verblijven tot 26 weken. Tijdens de behandeling van de SZW-begroting was er in de Tweede Kamer veel aandacht voor de onvolledige AOW. De CSO heeft in haar reactie op deze begroting aangegeven hoe zij de in de toekomst de aanvulling op de onvolledige AOW geregeld zou willen zien. De discussie in de Tweede Kamer was eind 2007 nog niet afgerond. Staatssecretaris van SZW Ahmed Aboutaleb kwam eind december met een uitgebreide reactie op de vragen van de Tweede Kamer. De behandeling van zijn reactie vindt in 2008 plaats. Koopkrachtontwikkeling De ouderenorganisaties laten jaarlijks het Nibud de koopkrachtontwikkeling van standaardhuishoudens van 65-plussers onderzoeken. Begin 2007 onderzocht het Nibud de koopkrachtontwikkeling van deze standaardhuishoudens op basis van de op 1 januari 2007 ingevoerde maatregelen. Hieruit bleek dat de meeste huishoudens er iets op vooruit gingen. Als risicofactoren noemde het Nibud: de afbouw van de tegemoetkoming ziektekosten voor gepensioneerden, de eigen bijdrage WMO en de verzilveringsproblematiek. Deze uitkomsten gaven geen aanleiding voor een reactie van de CSO. Medio september 2007 - op Prinsjesdag - onderzocht het Nibud de effecten van de plannen van het kabinet voor de koopkracht van de standaardhuishoudens van 65-plussers in 2008. De koopkracht van de meeste huishoudens stijgt in 2008 licht, terwijl die van een aantal huishoudens met een middeninkomen licht daalt. Verder bleek dat er in 2008 weer een verzilveringsprobleem gaat ontstaan voor een aantal huishoudens. Deze huishoudens kunnen hun heffingskorting niet te gelde maken omdat zij te weinig belasting betalen. De CSO heeft in haar reactie op de begroting SZW gepleit voor een structurele oplossing voor dit verzilveringsprobleem. Buitengewone uitgavenregeling Ouderen die alleen een AOW-pensioen hebben, kunnen aanspraak maken op een aantal aanvullende inkomensregelingen. Afhankelijk van hun inkomen, kunnen ze onder andere in aanmerking komen voor huurtoeslag, zorgtoeslag, aanvullende bijstand, bijzondere bijstand en de aftrek voor buitengewone uitgaven (BU-regeling). Het kabinet kondigde in het coalitieakkoord aan dat het van plan is om de BU-regeling over te hevelen naar de WMO, zodat de regeling beter toegespitst wordt op chronisch zieken en gehandicapten. Veel ouderen hebben echter hoge zorgkosten zonder dat ze als chronisch ziek of gehandicapt worden beschouwd. Afschaffing van de BU-regeling betekent voor deze groep ouderen koopkrachtverlies. Namens haar achterban heeft de CSO dit zowel bij het kabinet als bij de fracties in de Tweede Kamer aangekaart. Het afschaffen van de BU-regeling mag geen negatieve gevolgen hebben voor de hierboven genoemde groep ouderen. Bovendien betekent een overheveling naar de WMO een overheveling naar de gemeenten. Dit kan leiden tot verschillen in de hoogte van de tegemoetkoming en de wijze van indiceren. Staatssecretaris van Financiën Jan Kees de Jager heeft in het Belastingplan 2007 voorgesteld om de BU met ingang van 1 januari 2009 af te schaffen. Samen met de staatssecretaris van VWS Jet Bussemaker heeft hij in een korte notitie de contouren geschetst voor een nieuwe regeling. Ondanks protesten van cliënten- en ouderenorganisaties en van de oppositie in zowel de Tweede als de Eerste Kamer, is het Belastingplan 2008 op dit punt ongewijzigd aangenomen. Eind 2007 was nog niet bekend hoe de nieuwe regeling eruit gaat zien. De staatssecretarissen hebben toegezegd dat zij voor 1 april 2008 met een nadere uitwerking komen. Medezeggenschap gepensioneerden bij pensioenregelingen In 2007 kwamen de onderhandelingsdelegaties van de CSO en de Stichting van de Arbeid drie keer bij elkaar. In dit overleg werden de knelpunten in de uitvoering van het medezeggenschapsconvenant besproken en is gesproken over de ontwikkelingen op het gebied van pensioenen. Het medezeggenschapsconvenant loopt tot 1 januari 2008 en wordt in dat jaar geëvalueerd. Een technische voorbereidingsgroep - bestaande uit vertegenwoordigers van de CSO, Stichting van de Arbeid, SER en SZW - bereidt de evaluatie voor. Deze voorbereidingsgroep koppelt terug naar het overleg tussen de convenantspartijen. In mei 2007 was de notitie over de eindevaluatie van het medezeggenschapsconvenant gereed. Deze notitie is door de convenantspartijen vastgesteld. Pension Fund Governance (PFG) De principes voor goed pensioenfondsbestuur zijn ontwikkeld in de PFG- projectgroep van de Stichting van de Arbeid. De CSO nam deel aan deze projectgroep. Met de inwerkingtreding van de Pensioenwet op 1 januari 2007 zijn de principes voor goed pensioenfondsbestuur (PFG) in de wet verankerd. De pensioenfondsen moeten de principes per 1 januari 2008 geïmplementeerd hebben. De verzekeraars hebben tot 1 januari 2009 de tijd om de principes te implementeren. In de principes voor goed pensioenfondsbestuur is afgesproken dat er zo snel mogelijk na 1 januari 2008 een inventarisatie en evaluatie moet komen om na te gaan in hoeverre de pensioenfondsen en verzekeraars de principes hebben vormgegeven. Omdat begin 2008 ook de evaluatie van het medezeggenschapsconvenant plaatsvindt, worden deze twee evaluaties op elkaar afgestemd. De technische voorbereidingsgroep voor de voorbereiding van de evaluatie van het medezeggenschapsconvenant bereidt nu ook de evaluatie van de principes voor. De Nederlandsche Bank (DNB) heeft in 2007 de pensioenfondsen een uitgebreide vragenlijst over de invoering van de PFG gestuurd. In dit jaar hebben de voorbereidingsgroep en DNB overlegd over het gebruik van deze vragenlijst voor de evaluatie. Eind 2007 was nog niet definitief bekend of de DNB haar medewerking aan de evaluatie over de PFG zou kunnen verlenen. Toekomstbestendig pensioenstelsel Op 1 januari 2007 trad de Pensioenwet in werking. In de loop van dat jaar kwamen er bij de CSO en haar lidorganisaties veel vragen binnen over de wijze waarop pensioenfondsen uitvoering geven aan de Pensioenwet. Het ging hierbij vooral om de principes voor goed pensioenfondsbestuur en medezeggenschap. In september 2007 heeft minister van SZW Piet Hein Donner de Veegwet Pensioenwet bij de Tweede Kamer ingediend. In dit wetsvoorstel werden vooral (technische) wijzigingen in de Pensioenwet aangebracht. De CSO heeft het wetsvoorstel uitgebreid bestudeerd, maar zag geen aanleiding voor een reactie van de CSO en haar lidorganisaties. Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel kwam een aantal inhoudelijke onderwerpen aan de orde waarover met Kamerleden contact is opgenomen. Ouderen en arbeid Ook in 2007 stond de verhoging van de arbeidsparticipatie van ouderen hoog op de politieke agenda. Een hogere arbeidsparticipatie van ouderen vergroot het draagvlak van de kosten van de toename van deze groep. De minister heeft in de SZW-begroting aangegeven welke maatregelen hij wil nemen. De CSO heeft hierop laten weten dat de ouderenorganisaties voorstander zijn van positieve prikkels, waarbij de aandacht moet uitgaan naar betere arbeidsomstandigheden en fiscale voordelen. Het straffen van ouderen die niet deelnemen aan de arbeidsmarkt is geen geschikt middel. Het kabinet moet vooral voorkomen dat oudere werknemers ontslagen worden. Omdat de arbeidsparticipatie van oudere vrouwen achterblijft bij die van mannen, moet het overheidsbeleid er ook op gericht zijn om de belemmeringen voor oudere vrouwen om te participeren in de arbeidsmarkt weg te nemen. Ouderen en sociale zekerheid In de Wet werk en bijstand (Wwb) staat dat iemand die langer dan vier weken buiten Nederland verblijft, geen recht op bijstand heeft. Iemand die jonger is dan 65 jaar, maar ouder dan 57,5 jaar en een ontheffing heeft van de sollicitatieplicht, mag dertien weken buiten Nederland verblijven zonder zijn recht op een uitkering te verliezen. Het demissionaire kabinet diende in 2007 een wetsvoorstel in met het voorstel om de periode van dertien weken te verkorten naar vier weken. Hiervan kan worden afgeweken - met een maximum verblijf van dertien weken - wanneer er sprake is van zwaarwegende bijzondere omstandigheden. De CSO pleit ervoor om de periode van dertien weken te handhaven en het recht om langer in het buitenland te verblijven niet te koppelen aan leeftijd maar aan de ontheffing van de sollicitatieplicht. De CSO kreeg signalen van politici dat ze het hiermee eens waren. Het nieuwe kabinet heeft dit wetsvoorstel ingetrokken en een nieuw wetsvoorstel ingediend. Zoals bepleit, wordt daarin voorgesteld dat alle bijstandgerechtigden die niet hoeven te solliciteren en die ook geen scholing hoeven te volgen, dertien weken in het buitenland mogen verblijven zonder dat zij hun uitkering verliezen. Dit wetsvoorstel was eind 2007 nog niet behandeld in de Tweede Kamer. Internationaal De CSO houdt zich sinds 2002 bezig met de collectieve belangenbehartiging op internationaal niveau. De bij de CSO aangesloten organisaties zijn lid van AGE Europe. Op het terrein van inkomen en pensioenen functioneren binnen AGE Europe de Social Protection Expert Group (SPEG) en de Social Inclusion Expert Group (SIEG). De SPEG kwam in 2007 vier keer bij elkaar. De Europese Commissie heeft in 2007 het Groenboek modernisering van de arbeidsmarkt gepubliceerd. AGE Europe heeft haar lidorganisaties in de verschillende landen van de Europese Unie een aantal vragen voorgelegd over de hervorming van het arbeidsrecht. De CSO was hier ook bij betrokken en heeft laten weten dat mocht flexibilisering van de arbeidsmarkt noodzakelijk zijn, een goede inkomensbescherming bij onderbrekingen in het werk niet mag ontbreken. Voor ouderen, als kwetsbare groep op de arbeidsmarkt, zal flexibilisering nadelig zijn. Flexibilisering heeft tot gevolg dat mensen gemakkelijker zullen worden ontslagen. Dit zal ouderen het meest treffen. Adviescommissie Inkomen en pensioenen De adviescommissie Inkomen en pensioenen kwam in 2007 zes keer bij elkaar. Als nieuwe leden werden verwelkomd de heer E. Biemond (PCOB) en de heer F. May (NOOM) 3. Zorg en welzijn Modernisering zorgstelsel Met de invoering van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) is er een flinke stap gezet in de richting van een nieuw zorgstelsel. De discussie over de toekomst van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) heeft de gedachten verder aangescherpt. De financiële houdbaarheid van de AWBZ, de kwaliteit van de langdurige zorg en de solidariteit tussen generaties speelden in de discussie een belangrijke rol. De CSO besteedde in 2007 wederom veel aandacht aan deze thema's en liet meermalen haar mening horen aan het ministerie van VWS, aan politici en in de media. Ze voorzag de beleidsvoornemens van de overheid van een kritisch commentaar, met als inzet het versterken van de zelfredzaamheid van ouderen, het streven naar hun volwaardige participatie en naar hun optimale eigen regie en waardigheid. AWBZ AWBZ - Toekomst Reeds in 2006 gaf de CSO via een expertmeeting een aanzet voor de discussie over een toekomstbestendige AWBZ. De werkgroep Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) publiceerde in dat jaar haar rapport Toekomst AWBZ over de vraag hoe de AWBZ zo doelmatig mogelijk kan worden vormgegeven. In september 2007 verscheen de CSO-nota Visie ouderenorganisaties op de toekomst van de AWBZ, waarmee de CSO zich in het debat positioneert. Haar standpunt is middels een brief en een notitie kenbaar gemaakt aan VWS en aan de Tweede Kamer. Ze gaf aan dat langdurende zorg moet bijdragen aan de zelfstandigheid en de participatie van ouderen. Om de eigen regie van mensen te versterken is volgens de CSO een systeem van cliëntgebonden financiering nodig. De toegang tot de zorg moet blijvend worden geregeld via een objectieve, onafhankelijke en integrale indicatiestelling. De CSO vindt dat recht op zorg wettelijk verankerd moet worden, alsook het recht op onafhankelijke cliëntondersteuning. Ook benadrukte ze dat kwaliteitseisen en -instrumenten mede ontwikkeld moeten worden vanuit het cliëntperspectief, zodat zorg en ondersteuning aansluiten bij de wensen en de behoeften van de cliënt. Mantelzorg is geen voorliggende voorziening. De rechtspositie van de cliënt moet versterkt worden en zorg moet in voldoende mate beschikbaar zijn. Samen met de Chronisch zieken- en Gehandicaptenraad (CG-Raad), de Federatie van Ouderverenigingen (FvO) en de Landelijke Organisatie Cliëntenraden (LOC) maakte de CSO in 2007 een 'meetlat' voor langdurige zorg en ondersteuning. Deze bestaat uit kernachtige statements over zowel de uitgangspunten als de randvoorwaarden voor een goede langdurende ouderenzorg. De regering gaf in het verslagjaar opdracht aan de SER om te adviseren over de toekomst van de AWBZ. Samen met de andere landelijke cliëntenorganisaties heeft de CSO deelgenomen aan een hoorzitting van de SER. De CSO heeft de SER-voorzitter verzocht om een apart onderhoud om haar gedachten over de toekomst van de ouderenzorg te bespreken. Dit gesprek vindt begin 2008 plaats. Vooruitlopend op de onderzoeksresultaten heeft de regering stappen gezet om de AWBZ te moderniseren: minder bureaucratie, het ontwikkelen van normen voor verantwoorde zorg, kwaliteitsmetingen, versterken van doelmatigheid en extra middelen voor de verpleeghuizen. AWBZ - Afstemmingsoverleg CIZ De CSO is door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) uitgenodigd deel te nemen in een klankbordgroep over corporate communicatie van het CIZ. Samen met de Landelijke Organisatie Cliëntenraden (LOC) werd een tweemaandelijks overleg ingesteld met de raad van bestuur van het CIZ. In dit overleg vindt afstemming plaats over de actualiteit, met name over de invoering van de WMO en de intramurale zorgzwaartebekostiging, het bekostigingssysteem voor mensen die zorg krijgen van een zorginstelling. AWBZ - Zorgzwaartebekostiging De CSO heeft in haar activiteiten veel aandacht besteed aan de invoering van de zorgzwaartebekostiging (ZZB) voor de AWBZ-instellingen. Met dit systeem krijgen zorgaanbieders een bedrag dat gekoppeld is aan de zorgzwaarte van de cliënt. Cliënten worden dan niet meer geïndiceerd in functies en klassen, maar in globale profielen met uren waaraan de zorgzwaarte is gekoppeld. Instellingen kunnen hiermee meer geld krijgen voor cliënten met intensieve zorg dan voor cliënten die met minder zorg toekunnen. Zowel afzonderlijk als in coalitieverband nodigde het ministerie van VWS de CSO uit om een bijdrage te leveren aan het ontwikkelen van zorgzwaartepakketten. De CSO heeft steeds geijverd voor een zorgvuldige invoering vanuit cliëntenperspectief, zoals voldoende vraagsturing, zeggenschap, goede informatievoorziening en keuzevrijheid voor cliënten. In een uitvoerige brief aan VWS (22 januari 2007) maakte de CSO kanttekeningen uitte ze bedenkingen over het idee om ook voor de extramurale setting zorgzwaartepakketten te ontwikkelen. Voor het Algemeen Overleg van 6 november 2007 heeft de CSO schriftelijk de knelpunten benoemd: minder zorg bij herindicatie, fricties in de financiering, gebrek aan cliëntenondersteuning en voorlichting en negatieve gevolgen voor mensen met een PGB. Ook gaf ze aan dat er een spanning bestaat tussen het budget dat wordt toegekend aan de zorgaanbieder en het zorgplan dat de cliënt met de zorgaanbieder wil afspreken. Per 1 april 2007 is de zorgzwaartebekostiging gekoppeld aan de indicatiestelling. De CSO blijft vooralsnog geen voorstander van de ZZB in de extramurale zorg, omdat het belang voor de cliënt niet is aangetoond. Naar aanleiding van een algemeen overleg van de Vaste Kamercommissie van VWS reageerde de CSO op 23 oktober op invoeringsvraagstukken over de zorgzwaartebekostiging. Ze constateerde overgangsproblemen en fricties waar het gaat om de afname van uren en budget, bij de cliëntondersteuning en voorlichting, bij tarieven en bij de overheveling van de huishoudelijke zorg naar de WMO. AWBZ - Eigenbijdrageregeling De CSO heeft zich, samen met haar lidorganisaties, verzet tegen de plotselinge wijziging van de eigenbijdrageregeling AWBZ. Hierdoor moesten cliënten plotseling vijftig tot vijfhonderd euro per maand meer betalen. Eind november 2007 kregen ze te horen dat die verhoging ruim een maand later - met ingang van 2008 - zou ingaan. Deze verhoging heeft te maken met het gelijktrekken van de heffingsgrondslag van de eigen bijdrage. De verschillen in grondslagen waren ontstaan door een overgangsregeling in 2003. Politieke lobby van onder andere de CSO zorgde ervoor dat de invoering van de verhoging voor sommige groepen met enige maanden is uitgesteld. AWBZ - Ondersteunende begeleiding In het regeerakkoord staat een AWBZ-bezuiniging van 120 miljoen euro op de ondersteunende begeleiding (OB). In september werd via de VWS- begroting 2008 bekend dat dit ministerie de ondersteunende begeleiding wil schrappen als er sprake is van een louter somatische grondslag. De CSO heeft met argumenten aangegeven dat deze maatregel strijdig is met het beleid om ouderen zo lang mogelijk thuis te laten wonen. Het afschaffen van begeleiding in de thuissituatie leidt snel tot verzwaring van de zorgbehoefte en tot aanspraken op duurdere vormen van zorg. Een goede dagindeling en het onderhouden van sociale contacten voorkomen immers eenzaamheid en zorgen voor behoud van de zelfstandigheid van ouderen. Ook vreest de CSO dat het afschaffen van de OB leidt tot een groter beroep op de andere functies van de AWBZ. Ze pleitte daarom voor het verduidelijken en zo nodig aanscherpen van AWBZ-functies in plaats van het afschaffen ervan. Ook heeft ze bij het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) aangegeven dat de bezuiniging in strijd is met de wettekst van de ABWZ. Samen met de andere landelijke patiënten- gehandicapten- en ouderenorganisaties is er een politieke lobby ingezet. Toch steunden de regeringspartijen de staatssecretaris van VWS. Wel is bereikt dat de Tweede Kamer betrokken blijft bij de nadere uitwerking van de bezuinigingsmaatregel. De CSO zal hiervoor in gesprek blijven met het CIZ. AWBZ - Indicatiestelling Het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg NIVEL organiseerde in maart een expertmeeting over de indicatiestelling voor AWBZ-zorg. Daar presenteerde het de resultaten van een onderzoek. Knelpunten blijken vooral te zijn de klantvriendelijkheid, interpretatie van regels, verdeling van verantwoordelijkheden en mandatering aan zorgaanbieders. De CSO is door het CIZ gevraagd deel te nemen aan een periodiek afstemmingsoverleg, waarin actuele ontwikkelingen aan de orde komen. Er zijn in 2007 nadere beleidsregels gesteld om het proces van indicatiestelling aan te laten sluiten bij de invoering van zorgzwaartepakketten. In een brief van 27 juni gaf de CSO de staatsecretaris van VWS commentaar op haar voornemen om de indicatiestelling te vereenvoudigen. De CSO is voorstander van minder bureaucratie, maar vindt ten principale dat alleen bij eenvoudige en onbewistbare gevallen de huisarts en zorgaanbieder een indicatie kunnen afgeven die achteraf getoetst kan worden. Een discussie over de zorg die nodig is, kan de relatie tussen cliënt en hulpverlener immers verstoren. Verder bestaat het risico dat de zorgaanbieder meer of minder zorg indiceert omdat de uitkomst beter aansluit bij de mogelijkheden en de beperkingen die de aanbieder heeft. Om dit soort redenen is objectieve, onafhankelijke en integrale indicatiestelling nodig. AWBZ - Scheiden wonen en zorg De ministeries van VWS en VROM hebben laten onderzoeken of bij bestaande AWBZ-zorggebouwen wonen en zorg gescheiden moeten worden. Wat worden bij navolging van de bestaande regels de huurprijzen? Welke knelpunten moeten worden opgelost wanneer beide componenten van elkaar worden gescheiden? Er zijn voorstudies gedaan bij achttien instellingen. De CSO is door VWS gevraagd zitting te nemen in de klankbordgroep die het onderzoek begeleidt. Zorgverzekeringswet Zorgverzekeringswet - eigen risico De CSO is altijd tegen de no-claimregeling geweest, omdat daarmee het beginsel van solidariteit geweld wordt aangedaan en het mijden van zorg wordt uitgelokt. Ook met een verplicht eigen risico worden chronisch zieken en ouderen onevenredig benadeeld en worden er onnodige bureaucratische systemen in het leven gehouden. Een eigen risico is in wezen een vorm van eigen betalingen, die zichtbaar zijn in de Zorgverzekeringswet, de AWBZ en de WMO. De CSO heeft in een brief van 15 juni bij de minister van VWS aangedrongen op een zorgverzekeringswet zonder verplicht eigen risico. Nooit is aangetoond dat een eigen risico de consumptie van zorg doet afnemen. Ook is in de brief aangedrongen op meer samenhang in het stelsel van eigen betalingen zodat er geen onredelijke cumulatie-effecten ontstaan en er een goede afbakening is van de doelgroep chronisch zieken wanneer zij worden gecompenseerd voor een deel van het eigen risico. Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) WMO - invoering Na de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), 1 januari 2007, bleek er een verschil van mening te zijn tussen de cliëntenorganisaties - waaronder de CSO - en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) over de vertaling van de WMO naar de modelverordening, het model besluit en de model beleidsregels. De cliëntenorganisaties hebben de VNG laten weten hierover niet tevreden te zijn. Het overleg met de VNG is in 2007 voortgezet, maar heeft vooralsnog niet het gewenste resultaat, namelijk een verordening die de beperkingen van burgers voldoende compenseert en cliënten in staat stelt tot volwaardig burgerschap. In januari stelden de CSO, de CG-Raad en de FvO een digitaal meldpunt in om de invoering van de WMO op de voet te kunnen volgen. Cliënten kunnen hun ervaringen op de website www.wmomeldpunt.nl kenbaar maken. De vraag was en is of de nieuwe wet in de praktijk goed werkt voor kwetsbare mensen. In ieder geval bleek tijdens het verslagjaar dat de aanbesteding van de thuiszorg tot commotie heeft geleid. Ook werd zichtbaar dat er problemen zijn met de herindicatie en het aanvragen van een persoonsgebonden budget (PGB). Op 17 april stuurde de CSO een brief naar de Vaste Kamercommissie, waarin ze reageerde op de WMO-voortgangsrapportage van VWS. In deze brief spreekt de CSO haar verontrusting uit over de kwaliteit van de WMO-zorg. Door de beperkte hoogte van het PGB komt het volume aan zorg voor PGB'ers in het gedrang. Via herindicaties daalt het niveau van de huishoudelijke zorg en er zijn problemen met de eigen bijdrage. Het is belangrijk om de mate van cliëntenparticipatie in de WMO te meten. Niet in de laatste plaats vraagt de CSO in haar brief om politieke aandacht voor het feit dat het wettelijk verankerde compensatiebeginsel nog onvoldoende wordt nageleefd, waardoor mensen niet naar wens kunnen blijven participeren in de samenleving. Op 26 september heeft de CSO naar aanleiding van een tweede voortgangsrapportage WMO wederom een brief gestuurd. Hierin komen onderwerpen aan de orde als aanbestedingsproblemen, kwaliteit van indicatiestelling en de wirwar van eigen bijdragen. WMO - Cliëntenondersteuning en ouderenadvisering Met de komst van de WMO krijgen de gemeenten een verantwoordelijkheid in het vormgeven van de cliëntondersteuning. De PGO-organisaties zijn voorstander van een onafhankelijke ondersteuning van cliënten vooral bij indicatiestellingen, het kiezen van een zorgaanbieder, het verkrijgen van een goed zorgplan, goede nazorg en het verhelpen van klachten. De ouderenorganisaties hebben veel vrijwillige ouderenadviseurs, die op lokaal niveau ouderen ondersteunen, verwijzen naar instanties, desgewenst bemiddelen en vrijblijvend advies geven over regelgeving. Zo nodig verwijzen ze naar betaalde hulpverleners. Vrijwillige ouderenadviseurs zorgen voor ondersteuning en deskundigheidsbevordering. Ze zijn toegankelijker gebleken voor kwetsbare ouderen dan hun professionele collega's. Sinds de invoering van de WMO ondersteunen vrijwillige ouderenadviseurs ook ouderen in hun gang naar WMO-voorzieningen. Bij complexe vragen willen zij kunnen terugvallen op professionele ouderenadviseurs van bijvoorbeeld Welzijn Ouderen of de betaalde krachten van MEE die mensen met een beperking ondersteunen. De MEE-organisaties worden via de AWBZ gefinancierd en zijn sinds 2007 verplicht om mee te werken aan samenwerkingsafspraken met de gemeenten. Voor ouderen is het behoud van een aparte functie voor laagdrempelige vrijwillige ouderenadviseurs, die samenwerken met, en verwijzen naar een breed scala van hulpverleners, belangrijk. In CSO-verband zullen de ouderenorganisaties zich hiervoor sterk blijven maken. Dit is aangegeven bij het ministerie van VWS. In 2008 zal de CSO hierover gesprekken voeren met MEE Nederland, VWS en VNG. Geriatrie Geriatrie - Diversen Het overleg over de gespecialiseerde gezondheidszorg voor ouderen heeft - mede door de lobbyactiviteiten van de CSO - een sterke impuls gekregen. Zij pleitte stevig, zowel bij het ministerie van VWS als bij het parlement, alsook rond de Tweede Kamerverkiezingen en de kabinetsformatie - om invulling en uitvoering te geven aan een samenhangende, integrale en gespecialiseerde gezondheidszorg voor ouderen. Concreet drong ze erop aan met voorrang te werken aan het bevorderen en versterken van de geriatrische functie van de eerste -en de tweedelijnszorg (polikliniek en kliniek), en de samenhang daartussen, ondersteund door een substantieel budget. Zo werd het Landelijk dementieprogramma voortgezet om de samenhang van de gespecialiseerde gezondheidszorg voor ouderen vooral op regionaal niveau te verbeteren. Het ministerie van VWS stelde hiervoor wederom financiële middelen beschikbaar. Ook nam het ministerie van VWS het initiatief om te spreken met vertegenwoordigers van beroepsgroepen in de gespecialiseerde gezondheidszorg voor ouderen, en met de CSO en de Alzheimer Vereniging om tot een gezamenlijke knelpuntenanalyse te komen. Op 12 november presenteerde staatssecretaris Bussemaker de verwachte Geriatriebrief met de titel Multimorbiditeit en Ouderenzorg. Daarin worden de bepleite regionale netwerken zichtbaar waarbinnen de geriatrische beroepsgroepen kunnen samenwerken. In een CSO-reactie op deze brief spraken de samenwerkende ouderenorganisaties steun uit voor de inhoud, doch gaven ze ook aan dat het cliëntenperspectief op sommige onderdelen versterkt moet worden. Ook is gerichte aandacht gevraagd voor de aansluiting met de oudere migranten en voor de eerstelijnszorg in het plan van aanpak dat de staatssecretaris voorstaat. In het kader van de middelen van Zekere Zorg, onder beheer van het Fonds voor patiënten- en gehandicaptenorganisaties en ouderenbonden, (Fonds PGO) werkte de CSO samen met de ANBO voor 50-plussers, PCOB en Unie KBO aan het project Geriatrische zorg vanuit patiëntenperspectief. Doel van dit project is het definiëren en formuleren van kwaliteitseisen voor de geriatrische zorg vanuit het perspectief van cliënten met delier. Tevens is het doel deze zorg onder de aandacht te brengen van zorgverzekeraars en de beroepsgroepen, zodat ze wordt verankerd in het zorginkoop- en behandelbeleid. Het project definieert kwaliteitseisen voor de geriatrische zorg. Het gaat om gespecialiseerde zorg op de juiste tijd en plek in de keten van preventie, vroegsignalering, verwijzing, behandeling, zorg en nazorg. Overig Versterking cliëntenwetgeving Al jaren pleiten patiënten- en gehandicaptenorganisaties en ouderenbonden voor een sterkere rechtspositie van burgers die gebruikmaken van voorzieningen voor zorg en welzijn. In NPCF-verband is gepleit voor een Zorgconsumentenwet, die ook de relatie tussen de burger en de zorgverzekeraar regelt. VWS heeft in 2007 een wetsontwerp gemaakt met de naam Wet Cliënt en Kwaliteit van Zorg (WCKZ). Deze wet regelt het bijeenvoegen van een aantal bestaande weten als de Kwaliteitswet, de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO), de Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen (WMCZ) en de Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector (WKCZ). Cliëntenorganisaties en de koepels van aanbieders hebben dit wetsontwerp afgewezen omdat de meerwaarde ontbrak. Naar hun oordeel is het beter om de positie van cliënten te versterken via de aanpassing van bestaande wetten en daarnaast wetgeving te ontwikkelen die een sterke positie van de cliënt richting zowel zorgaanbieder als zorgverzekeraar waarborgt. De CSO is door het ministerie van VWS uitgenodigd deel te nemen aan een discussie die in december 2007 is gestart en doorloopt in 2008. Internationaal De CSO is in 2007 door de Europese Commissie gevraagd deel te nemen aan een raadpleging over het onderwerp communautaire maatregelen voor gezondheidsdiensten. In een uitvoerige reactie geeft de CSO namens de samenwerkende ouderenorganisaties antwoord op de negen door de EC gestelde vragen. Pakketbeheer Het CVZ-advies Pakketbeheer in de praktijk was voor de CSO aanleiding tot een bestuurlijke reactie (14 februari 2007). Ze verzocht de CVZ om een gesprek, omdat de inspraak gebrekkig was gebleven. Een ontmoeting vond plaats op 6 maart. In haar vervolgreactie van 21 maart liet de CSO weten teleurgesteld te zijn over het gebrek aan draagvlak bij de beoordeling van pakketten. Er zijn nu geen gemeenschappelijke toetsingscriteria, wat het moeilijk maakt om tot een gemeenschappelijk oordeel over het verzekerde pakket te komen. Hulpmiddelen Het beoordelingskader voor hulpmiddelen die in het basispakket van de zorgverzekering zouden moeten blijven, is verbreed. Het is tevens bedoeld voor het vaststellen van de zorgpakketten die onder de zorgverzekeringswet en de AWBZ vallen. Hiermee werd pakketbeheer een bron van voortdurende zorg voor de CSO en haar lidorganisaties, de NPCF en de CG-Raad. Op hun verzoek werd de discussie over de beoordelingscriteria heropend. Aan het eind van het jaar is een protocol voorgelegd om ervoor te zorgen dat alle partijen inspraak hebben op de beleids- en wetgevingsadviezen door CVZ aan de minister. De discussie is echter nog niet beslist. Vooralsnog is er nog geen voor alle partijen aanvaardbaar beoordelingskader. In 2007 is een Nationale Technische Afspraak (NTA) vastgesteld die het onderhoud van CLiQ moet standaardiseren. Het CLIQ-project was bedoeld om te komen tot een nationale verfijning van de internationale classificatie van hulpmiddelen voor gehandicapten. Nu CLIQ voor alle hulpmiddelen is afgerond, zal de communicatie tussen zorgverzekeraars, leveranciers, cliënten en voorschrijvers moeten vereenvoudigen en het kiezen van de meest adequate hulpmiddelen voor cliënten makkelijker moeten worden. Borstkankeronderzoek De CSO heeft zich met de aangesloten ouderenorganisaties ingezet voor het afschaffen van de leeftijdsgrens voor onderzoek naar borstkanker. De CSO betuigde adhesie aan de mensen die hierover een kort geding aanspanden. Ook mensen boven 75 jaar hebben belang bij deelname aan een preventief bevolkingsonderzoek. Waskosten Het advies van het CVZ om de vergoeding van waskosten te harmoniseren, leidt volgens de CSO tot een afwenteling van deze kosten op de bewoners van verzorgingshuizen. De CSO vindt dat dit advies geen navolging verdient, omdat het de koopkracht van verzorgingshuisbewoners flink ondermijnt. Adviescommissie Zorg & Welzijn De adviescommissie Zorg & Welzijn is in 2007 zes keer regulier bij elkaar geweest. Op 23 februari hield ze een expertmeeting over de toekomst van de AWBZ. Dit was een interne bijeenkomst met de deskundigen van de lidorganisaties met als doel een goede voorbereiding van een brief aan de Tweede Kamer. 4. Wonen en mobiliteit Wonen Zie hoofdstuk 5, projecten: Meer woningen voor ouderen. Mobiliteit Chipkaart OV De chipkaart wordt binnen een paar jaar het nieuwe betaalmiddel voor het openbaar vervoer in Nederland. Op termijn vervangt deze alle treinkaartjes, abonnementen en strippenkaarten. De CSO volgt met haar lidorganisaties de ontwikkelingen en discussies rond de introductie op de voet. Ze neemt deel in het Landelijk Consumentenoverleg (LCO), samen met de ANWB, Chronisch Zieken- en Gehandicaptenraad, ROVER en Viziris, dat overlegt met overheden en vervoerders en eisen stelt aan de ov-chipkaart. Zorgen zijn er over het gebruiksgemak, privacy en toenemende vervoerskosten. Het zijn onderwerpen waar in het belang van de oudere reizigers invloed op wordt uitgeoefend. In 2007 hebben de CSO-lidorganisaties een verkennend onderzoek laten doen onder senioren die in het Rotterdamse proefgebied het chipkaartsysteem gebruikten. Het rapport Chippende ouderen in het OV? is een goede illustratie van de wensen en zorgen van ouderen. In CSO-verband zullen voorstellen worden gedaan voor gerichte voorlichting en hulp aan ouderen. In hoeverre de ouderenbonden opnieuw een gebruikersonderzoek zullen houden, hangt af van de wijze waarop de zorgpunten worden aangepakt en opgelost. Treinreizigers In het Landelijk Overleg Consumentenbelangen Openbaar Vervoer (LOCOV) behartigen consumentenorganisaties - waaronder de CSO - de belangen van de treinreiziger. Het overlegt met en adviseert aan de Nederlandse Spoorwegen en de minister van Verkeer en Waterstaat. Het gaat om concrete uitvoeringsmaatregelen die van belang zijn voor de treinreiziger, zoals de dienstregeling, de toegankelijkheid van de treinen, de kaartverkoop, en de tarieven. In het Overgangscontract-II was klanttevredenheid voor het eerst onderwerp van afspraken tussen de staat en NS. De NS werd verplicht om de klanttevredenheid te onderzoeken en elk kwartaal te publiceren. Het ministerie en consumentenorganisaties zijn hierbij betrokken via een begeleidingscommissie, waarin de CSO participeert. Wegverkeer Het ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft de CSO gevraagd mee te denken over maatregelen om de oververtegenwoordiging van ouderen onder verkeersslachtoffers terug te dringen. De CSO gaat op die uitnodiging in en heeft ook hierbij de inbreng van haar lidorganisaties hard nodig. Op het terrein van mobiliteit is veel CSO-werk verricht door beleidsmedewerkers van de Unie KBO en de PCOB. 5. Projecten NOOM, van project naar vereniging De CSO heeft zich sinds begin 2006 ingezet voor de oprichting van een Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten (NOOM). Hiertoe diende ze een projectplan in bij het Fonds PGO. Die aanvraag werd voor een aantal omschreven doelstellingen gehonoreerd. Per 1 februari 2007 is Freddy May aangesteld als kwartiermaker voor het NOOM. Hij richtte zich op wat er al was bereikt en op wat er op korte termijn moest gebeuren. Belangrijke richtlijnen voor de oriëntatie waren de quick scan van organisaties van en voor allochtone ouderen Variaties in Grijs (april 2006) en de brochure Wij komen er aan. Wensen, behoeften en ambities van oudere migranten in Nederland van het Landelijk Overleg Minderheden (LOM) (november 2004). De kwartiermaker voerde uitgebreid gesprekken met sleutelfiguren uit de grootste groepen migranten en met vertegenwoordigers van de initiatiefgroep. Tijdens de tweede Breukelen-conferentie in maart tekenden zeven van de negen LOM-lidorganisaties de intentieverklaring om het NOOM formeel op te richten. Tijdens de oprichtingsvergadering een maand later werd de vroegere RTOM opgeheven. Op 24 mei 2007 trad het NOOM formeel toe tot de CSO. Hiermee heeft het NOOM toegang tot politiek Den Haag en wordt de samenwerking met de andere ouderenbonden vergemakkelijkt. Het NOOM doet als volwaardig partner mee in de CSO, onder andere door deelname aan de adviescommissies en waar mogelijk aan projecten en gesprekken met de politiek. Omdat de projectsubsidie voor de oprichting van het NOOM per 30 mei 2007 eindigde, heeft het in juli zelfstandig een startsubsidie aangevraagd bij het Fonds PGO. Deze aanvraag werd in augustus 2007 gehonoreerd en geldt tot eind 2008. Het NOOM werkte in 2007 aan een projectplan voor zijn basisactiviteiten en aan een plan met programma-activiteiten van de lidorganisaties, waarbij het NOOM een adviserende of ondersteunende functie heeft. Borgen en bouwen Het project Borgen en bouwen was gericht op het bestendigen en verder ontwikkelen van de medezeggenschap van gepensioneerden bij pensioenfondsen. Voor dit project kreeg de CSO subsidie van het ministerie van SZW. Het project liep tot 1 juli 2007. Doel van het project was het verder uitvoering geven aan de afspraken en aanbevelingen in het Vernieuwde Convenant Medezeggenschap van 2003 tussen de CSO en de Stichting van de Arbeid. Aangezien eind 2005 de principes voor goed pensioensbestuur (PFG) vastgesteld werden, is ook aandacht besteed aan de invoering hiervan en de rol van de gepensioneerden hierbij. In 2007 werden de contacten met andere actoren in de pensioenwereld, zoals de koepelorganisaties, verder geïntensiveerd. Er was regelmatig overleg met de betrokkenen in het pensioenveld in het Coördinerend Overleg, een werkgroep van de SER-Pensioencommissie. In 2007 is er een terugkomdag georganiseerd voor de kandidaten die de CSO heeft voorgedragen voor de deelnemersraden bij pensioenfondsen. Pensioenwet in uitvoering Gedurende het project Borgen en bouwen werd duidelijk dat er zowel aan de medezeggenschap van gepensioneerden als aan de PFG bij verzekerde regelingen nog veel te verbeteren valt. De doelstelling van het project Pensioenwet, werk in uitvoering is het bevorderen van de in de Pensioenwet opgenomen bepalingen over het hoorrecht van gepensioneerden bij verzekerde regelingen en over de principes voor goed pensioenfondsbestuur. Een verzekerde regeling is een constructie waarin een bedrijf de pensioenopbouw en -uitkering uitbesteed aan een verzekeringsbedrijf. De CSO kreeg voor dit project subsidie van het ministerie van SZW. De looptijd is van 1 juli 2007 tot 1 januari 2009. In 2007 is begonnen met een inventarisatie van de knelpunten die gepensioneerden ervaren bij het realiseren van medezeggenschap en de implementatie van de PFG-principes. De uitkomsten van deze inventarisatie worden gebruikt om vast te stellen wat er moet gebeuren om de positie van gepensioneerden bij verzekerde regelingen te verbeteren. Verder worden ze gebruikt als uitgangspunt voor de monitoring van de manier waarop gepensioneerden bij verzekerde regelingen betrokken worden bij de invoering van de PFG-principes en medezeggenschap. Deze monitoring was al in voorgaande projecten begonnen en werd in 2007 voortgezet. Daarnaast worden er in dit project groepen gepensioneerden ondersteund die voor de gepensioneerden bij hun pensioenfonds een vereniging willen oprichten. Gepensioneerden kunnen sowieso met hun vragen over medezeggenschap en PFG- principes terecht bij de CSO. De werkgroep Pensioenen en de werkgroep Medezeggenschap adviseren het bestuur op deze terreinen. Meer woningen voor ouderen Het project Meer woningen voor ouderen loopt als dit verslagjaar begint inmiddels een jaar. Dit project is door de CSO voor de ouderenorganisaties aangevraagd en werd door de ANBO uitgevoerd. Het doel is om lokale belangenbehartigers zo toe te rusten met kennis en kunde dat ze een bijdrage kunnen leveren aan het vergroten van het aantal geschikte woningen voor ouderen. Dit door te lobbyen, en door bij gemeenten aan te dringen op concrete afspraken met partijen als woningcorporaties, commerciële woningaanbieders, zorginstellingen en eventueel zorgkantoren. Vanaf begin 2007 zijn de lobbyisten op pad gegaan. In de loop van het jaar is hun werk geëvalueerd en aangescherpt. De projectleider heeft in januari een workshop gehouden tijdens de WMO-cnferentie van het ministerie van VWS. Het onderzoek Meer woningen voor ouderen werd in augustus 2007 uitgebracht, wat tot veel publiciteit leidde. Wegens het belang van lobbymogelijkheden in de toekomst is besloten het project met twee jaar te verlengen tot eind 2009. 6. CSO CSO-vereniging De vereniging CSO werd in 2007 geconfronteerd met het vertrek van een van haar leden, de ANBO. Het was de uitvoering van een besluit dat de ANBO in 2006 had genomen. In 2007 werd het Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten (NOOM) lid van de CSO, nadat het het jaar daarvoor als initiatiefgroep was opgericht en als een project van de CSO had gewerkt. Beide veranderingen in de samenstelling van de CSO werden formeel een feit in het voorjaar in de Algemene Ledenvergadering. De vereniging bereidde zich erop voor dat de subsidie voor de CSO in 2008 beëindigd zou kunnen worden. De garantieperiode, die afgesproken was bij de overgang van VWS-subsidiëring naar subsidiëring door het Fonds PGO, liep af. De lidverenigingen van de CSO onderstreepten nog eens hoe belangrijk ze het vinden om gezamenlijk voor de belangen van de ouderen op te komen op rijks- en internationaal niveau. Ze gingen met elkaar een inspanningsverplichting aan om de CSO te laten voortbestaan, ook wanneer het zwarte scenario waarheid zou worden. In de zomer van 2007 werd duidelijk dat de subsidie in ieder geval in 2008 wordt voortgezet. De wijzigingen in het ledenbestand en de herpositionering van de CSO brachten de vereniging ertoe de naam te wijzigen in de Centrale Samenwerkende Ouderenorganisaties. De afkorting werd gehandhaafd. Er kwam een andere huisstijl. CSO-bestuur Het bestuur vergaderde negen keer in 2007. Besloten werd om bestuurleden niet alleen de verbindende schakel te laten zijn met de vereniging die hen in het CSO bestuur plaatst, maar ook beleidsterreinen over de bestuurleden te verdelen. Zo werd begonnen met de invoering van een systeem van portefeuillehouders binnen het bestuur. CSO-bureau In 2007 vonden er op het bureau van de CSO verschillende personeelswisselingen plaats. Afke Berkhout, beleidsmedewerker Zorg, Welzijn en Wonen vond een andere baan. Wim van Minnen nam haar werk tijdelijk waar. Directeur Cock Vermolen ging naar Zorgbelang Brabant. De ontstane vacature werd ingevuld met de aanstelling van Wim van Minnen, waardoor er op het terrein van Zorg, Welzijn en Wonen weer een vacature ontstond. Die is voorlopig ingevuld met de komst van Marcel Kaarsgaren. Projectmedewerker Medezeggenschap Martina van den Dool werd directeur van de NVOG. Dennis van den Berg kwam in haar plaats. De mogelijke stopzetting van de subsidie voor de CSO bracht het bestuur ertoe zich te bezinnen op de taken en de personele bezetting van het bureau. Dit leidde tot een reorganisatieplan met drie speerpunten: 1. Meer menskracht voor communicatie ter versterking en ondersteuning van de collectieve belangenbehartiging. 2. Een sterker accent in het werk van de beleidsmedewerkers op de rijksoverheid en politici, desnoods ten koste van uitgebreide dossier- en kennisopbouw. 3. Het afslanken van de ondersteunende taken ten gunste van de PR- taken. De genoemde personele wisselingen en de onzekerheid over de financiering na 2008 belemmerden een snelle en stevige uitvoering van het reorganisatieplan. Wel werden in 2007 al enkele stappen gezet in de uitvoering ervan. CSO-adviescommissies De CSO heeft twee adviescommissies, te weten: Zorg en Welzijn Inkomen en Pensioenen Het bestuur heeft besloten om ook een adviescommissie Wonen in te stellen. Op termijn moet ook het aandachtsveld Mobiliteit een adviescommissie hebben. De adviescommissies worden samengesteld uit kaderleden van de lidverenigingen die kennis en affiniteit hebben met het beleidsterrein. Medewerkers van de verenigingsbureaus zijn adviseurs. De commissies adviseren het bestuur op beleidsinhoudelijke onderwerpen, doen voorstellen voor standpunten en visiebepaling. Bijlage a. CSO-vereniging, -bestuur, -adviescommissies, -werkgroepen en -bureau in 2007 Bestuur Per 1 januari 2007 Onafhankelijk voorzitter dhr. drs. G. Van Soest Vice-voorzitter dhr. J. Vos (Unie KBO) (tot 18 januari) mw. J. Van Gorp - van de Ven (tot december) Penningmeester dhr. drs. M.P. Broekhuijsen Leden dhr. A. Hazenberg (tot mei) dhr. S.A. van de Schoot (ANBO) (tot mei) dhr. J. Roodenburg (ANBO) (tot mei) dhr. ing. H. Kimmels (NVOG) (tot december) dhr. H.J. Beumer dhr. D. Corporaal (PCOB) Per 31 december 2007 Onafhankelijk voorzitter dhr. drs. G. Van Soest Vice-voorzitter dhr. R.H.M. Thiesen (Unie KBO) (vanaf maart) Penningmeester dhr. drs. M.P. Broekhuijsen Leden dhr. H.J. Beumer dhr. D. Corporaal (PCOB) mw. drs. C.L. Harrevelt (NOOM) (vanaf mei) dhr. E. Ruiz (NOOM) (vanaf mei) Directeurenoverleg Voorzitter dhr. drs. C. Vermolen (CSO) (tot september) Voorzitter dhr. W.J. van Minnen (CSO) (m.i.v. september) Leden mw. L. Wubbels (ANBO) (tot mei) dhr. J. van der Spek (PCOB) (tot juni) dhr. G.J. Prins (PCOB) (vanaf maart) dhr. drs. N. van der Heijden (Unie KBO (tot juli) dhr. H. Meeuwsen, a.i. (Unie KBO (vanaf september) dhr. drs. B.J. Blom MBA (NVOG) (tot september) mw. F.M. van den Dool (vanaf december) dhr. drs. F. May (NOOM) (vanaf mei) Adviescommissie Inkomen & Pensioenen: Voorzitter dhr. M.J. Valk (NVOG ) Leden dhr. dr. J.T.J.M. van der Linden (Unie KBO) dhr. J. van der Ploeg (PCOB) (tot mei) dhr. E. Biemond (vanaf mei) mw. A. de Jong-Nonner (NVOG) dhr. J.Th. Wassenaar (NVOG) dhr. S.A. van der Schoot (ANBO) (tot mei) Beleidsmedewerkers mw. mr. A. de Rooij (secretaris - CSO) dhr. drs. R. Walsteijn (Unie KBO) (tot juli) dhr. mr. H. Valster (PCOB) mw. mr. S. van Waardenburg (ANBO) (tot mei) dhr. drs. F. May (NOOM) (vanaf mei) Adviescommissie Zorg & Welzijn Voorzitter mw. M. Greweldinger-Beudeker (Unie KBO) Leden dhr. J. Grasso (NVOG) dhr. C. Lambermont (ANBO) (tot mei) dhr. C. Bense (NVOG) dhr. J. Wassing (Unie KBO) dhr. J. Pothof (PCOB) dhr. H.J. Beumer (PCOB Beleidsmedewerkers mw. dr. A. Berkhout (secretaris - CSO) (tot mei) dhr. W.J. van Minnen (tot september) dhr. drs. M. Kaarsgaren (vanaf september) mw. drs. G. Abrahamse (PCOB) mw. drs. E. Willemsen (Unie KBO) mw. drs. L. Huijts (Unie KBO) mw. drs. I. Schut (PCOB) dhr. drs. F. May (NOOM) Werkgroep Pensioenen Voorzitter dhr. J. Beugelsdijk (Unie KBO) Leden dhr. H. Boonacker (PCOB) dhr. S.A. van der Schoot (ANBO) (tot mei) dhr. H. Berkouwer (NVOG) dhr. E. Nypels (NVOG) dhr. drs. M.P. Broekhuijsen (bestuur CSO) Beleidsmedewerkers mw. mr. A. de Rooij (CSO - secretaris) dhr. drs. R. Walsteijn (Unie KBO) dhr. mr. H. Valster (PCOB) mw. mr. S. van Waardenburg (ANBO) (tot mei) Werkgroep Project Medezeggenschap Voorzitter dhr. H. Boom (NVOG) Leden dhr. drs. M. Broekhuijsen (bestuur CSO) dhr. L. Aardema (NVOG) dhr. H. Boonacker (PCOB) mw. C. Hanegraaf (Unie KBO) dhr. J. Sleegers (Unie KBO) dhr. W. Zoon (PCOB) dhr. J. Vekemans (Unie KBO) (tot december) Beleidsmedewerkers mw. mr. A. de Rooij (CSO) mw. F.M. van den Dool (secretaris - CSO) (tot december) dhr. D. van den Berg (CSO) (m.i.v. december) Financiële Commissie Voorzitter dhr. drs. M.P. Broekhuijsen (CSO) Leden dhr. J. W. Kwint (NVOG) dhr. J. van der Ploeg (PCOB) (tot mei) dhr. E. Biemond (PCOB) (sinds mei) dhr. P. Wijgergangs (Unie KBO) (tot augustus) dhr. C.J.W. Haans (Unie KBO) (m.i.v. december) dhr. E. Ruiz (NOOM) (sinds mei) dhr. drs. C. Vermolen (CSO) (tot september) dhr. W.J. van Minnen (CSO) (m.i.v. september) mw. A. Hendrich-Raaijmakers (CSO) (m.i.v. september) dhr. drs. F. May CSO-bureau In 2007 telde het bureau van het CSO zeven medewerkers (5.1 fte). Directeur dhr. drs. C. Vermolen (tot 1 september) dhr. W.J. van Minnen (vanaf 1 september) Senior beleidsmedewerker Zorg, Welzijn en Wonen mw. dr. A. Berkhout (tot 1 mei) dhr. W.J. van Minnen (1 mei tot 1 september) dhr. drs. M. Kaarsgaren (per oktober) Senior beleidsmedewerker Inkomen en Pensioenen mw. mr. A. de Rooij Projectmedewerker Medezeggenschap Pensioenfondsen mw. F.M. van den Dool (tot 1 december) dhr. D. van den Berg, (per 1 december) Financieel medewerker mw. J. Hendrich-Raaijmakers Secretaresse mw. S. Rambharose- Raghoebir mw. H. van der Steen-van den Hoeven Bijlage b. CSO-vertegenwoordigers in externe organisaties 2007 Actiz: Klankbordgroep Interculturalisatie dhr. drs. F. May (NOOM) Actiz: Ambassadeurs Interculturalisatie mw. drs. C.L. Harrevelt (NOOM, Fos'ten) dhr. E. Ruiz (NOOM, LIZE) dhr. B. Saadane (NOOM, SMN) dhr. mr. T. Bissessur (NOOM, NEHOB) dhr. S.K. Bagci (NOOM, IOT) dhr. C.D. Nikijuluw (NOOM, LSMO) dhr. Y. Cheung (NOOM, IOC) dhr. drs. F. May (NOOM) Age-Nederland dhr. W.J. van Minnen (CSO) ANBO, Stuurgroep meer woningen dhr. W.J. van Minnen (CSO) Centrum Ethiek en Gezondheid: Forum mw. drs. G. Abrahamse (PCOB) Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), Afstemmingsoverleg indicatiestelling: dhr. M. Kaarsgaren (CSO) Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), Klankbordgroep: dhr. M. Kaarsgaren (CSO) Classificatie Implementeert Qualiteit (Cliq): Voornormcommissie 'NEN', in opdracht van de CVZ dhr. P. Kruitbosch (PCOB) College Bouw Ziekenhuisvoorzieningen, werkgroep V en V dhr. H.J. Beumer (PCOB) CVZ, College voor Zorgverzekeringen: Landelijk Overleg Hulpmiddelen Aangelegenheden (LOHA), Klankbordgroep beoordelingskader dhr. P. Kruitbosch (PCOB) CVZ, College voor Zorgverzekeringen: Regiegroep Diensten bij Wonen met Zorg dhr. M. Kaarsgaren (CSO) Landelijk Overleg Minderheden (LOM): dhr. W.J. van Minnen (CSO) dhr. drs. F. May (NOOM) mw. drs. C.L. Harrevelt (NOOM, Fos'ten) dhr. E. Ruiz (NOOM, LIZE) dhr. B. Saadane (NOOM, SMN) dhr. mr. T. Bissessur (NOOM, NEHOB) dhr. S.K. Bagci (NOOM, IOT) dhr. C.D. Nikijuluw (NOOM, LSMO) dhr. Y. Cheung (NOOM, IOC) Landelijke Cliëntenraad (LCR) dhr. J.T.J.M. van der Linden (Unie KBO) mw. A. de Rooij (CSO) Ministerie van BZK: Algemene Commissie Vermindering Administratieve Lasten dhr. W.J. van Minnen (CSO) Ministerie van SZW, Gemengde Commissie Administratieve Lasten mw. A. de Rooij (CSO) Ministerie van Verkeer & Waterstaat: Landelijk Overleg Consumentenorganisaties Openbaar Vervoer: LOCOV dhr. K. Wierda (PCOB) Ministerie van VWS/Connexxion: Bovenregionaal vervoer, Klankbordgroep Valys dhr. K. Wierda (PCOB) Ministerie van VWS: Begeleidingsgroep Experimenten Deregulering Hulpmiddelen Verstrekking dhr. P. Kruitbosch (PCOB) Ministerie van VWS: bestuurlijk en directeurenoverleg cliëntenorganisaties AWBZ dhr. G. van Soest (CSO) dhr. W.J. van Minnen (CSO) Ministerie van VWS, Klankbordgroep Evaluatie WMO dhr. M. Kaarsgaren (CSO) Ministerie van VWS: Klankbordgroep Implementatie WMO dhr. M. Kaarsgaren (CSO) dhr. K. Wierda (PCOB) mw. L. Huijts (Unie KBO) Ministerie van VWS, Klankbordgroep Scheiden van Wonen en Zorg dhr. M. Kaarsgaren (CSO) Ministerie van VWS, Overleggroep Wet Cliënt en Kwaliteit van de Zorg dhr. M. Kaarsgaren (CSO) Ministerie van VWS: Project Vermindering Administratieve Lasten Burgers dhr. W.J. van Minnen (CSO) Ministerie van VWS en Stofkam: Werkgroep Geneesmiddelen dhr. W. Spijker (Unie KBO) Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Kerngroep verkennend onderzoek haalbaarheid verkeersveiligheidsprogramma ouderen dhr. K. Wierda (PCOB) dhr. J. Brinkers (Unie KBO) Ministerie van VROM en VWS: Klankbordgroep Investeren in meer woningen in de toekomst dhr. W.J. van Minnen (CSO) MOBIS: Brancheorganisatie Openbaar Vervoer vacature Movisie: Kennis en advies voor maatschappelijke ontwikkeling Zilveren Kracht: Raad van advies, Comité van aanbeveling dhr. W.J. van Minnen (CSO) mw. drs. C.L. Harrevelt (NOOM) De Nederlandsche Bank: Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer vacature De Nederlandsche Bank: Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer, Werkgroep Veilig in het Betalingsverkeer dhr. P. van Stratum (Unie KBO) Nederlandse Spoorwegen: Consumentenoverleg dhr. W.J. van Minnen (CSO) Nederlandse Spoorwegen: Begeleidingscommissie klant tevredenheidsonderzoek dhr. J. Brinkers (Unie KBO) Nederlandse Zorgautoriteit: periodiek overleg ouderen dhr. M. Kaarsgaren (CSO) NOC*NSF en NISB Taskforce 50+ Sport en Beweging dhr. W.J. van Minnen (CSO) NOC*NSF en NISB Netwerk Communicatie: dhr. P. Kruitbosch (PCOB) PCOB, Projectgroep Geriatrie dhr. M. Kaarsgaren (CSO) Pensioenkijker.nl - Bestuur dhr. S.C. Weijers (Unie KBO) dhr. J. Beugelsdijk, plv. bestuurslid (Unie KBO) - Messageboard vacature - Klankbordgroep dhr. R. Walsteijn (Unie KBO) RIVM: Klankbordgroep keuzesite 'Verpleging, Verzorging & Thuiszorg' voor de website www.kiesbeter.nl mw. I. Schut (PCOB) RIVM: Klankbordgroep keuzesite 'Medische informatie' voor de website www.kiesbeter.nl vacature SER, Werkgroep Coördinerend Overleg Arbeidspensioenen (CO) dhr. M.P. Broekhuijsen ( NVOG) dhr. H.J. Boom (NVOG) mw. A. de Rooij (CSO) SER, Werkgroep Evaluatie Medezeggenschap Gepensioneerden dhr. M.P. Broekhuijsen ( NVOG) mw. A. de Rooij (CSO) SER, Werkgroep Evaluatie Pension Fund Governance dhr. M.P. Broekhuijsen ( NVOG) mw. A. de Rooij (CSO) SKW Certificatie BV: Werkgroep Ontwikkeling pluspakket zorg van het inspectiecertificaat Woonkeur mw. S. van Waveren (Unie KBO) Sociale Verzekeringsbank: Cliëntenraad dhr. A.P.A. Riemen (Unie KBO) Stichting van de Arbeid, Overleg Stichting van de Arbeid/CSO Medezeggenschapsconvenant (OSC) dhr. J. Beugelsdijk (Unie KBO) dhr. M.P. Broekhuijsen (NVOG) mw. A. de Rooij (CSO) Stichting van de Arbeid, Projectgroep Pension Fund Governance dhr. M.P. Broekhuijsen (NVOG) Stichting Woonkwaliteit, bestuur vacature Stichting Woonkwaliteit, College van deskundigen vacature Trans Link - Technische Realisatie van de Chipkaart dhr. J. Brinkers (Unie KBO) en/of K. Wierda (PCOB) ZonMW adviesgroep kwaliteit pijler 3 mw. E. Willemsen (Unie KBO) mw. L. Huijts (Unie KBO) Zorgverzekeraars Nederland: Werkgroep Stofkam Regeling Hulpmiddelen dhr. P. Kruitbosch (PCOB) Bijlage c. Afkortingen ANBO Vereniging voor 50-plussers AOW Algemene Ouderdomswet AWBZ Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten CG-Raad Chronisch zieken- en Gehandicapten Raad Nederland CIZ Centrum Indicatiestelling Zorg CSO Centrale Samenwerkende Ouderenorganisaties CVV Collectief Vraagafhankelijk Vervoer FSB Federatie Slechtzienden en Blindenbelang FvO Federatie van Ouderverenigingen LOC Landelijke Organisatie Cliëntenraden Ouderenzorg LOM Landelijk Overleg Minderheden LOCOV Landelijke Overleg Consumenten Openbaar Vervoer NIBUD Nederlands Instituut voor Budget Onderzoek NOOM Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten NPCF Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie NPOE Nederlands Platform Ouderen en Europa NVOG Nederlandse Vereniging van Organisaties van Gepensioneerden PFG Pension Fund Governance PCOB Protestants Christelijke Ouderenbond RTOM Ronde Tafel Overleg Minderheden SER Sociaal Economische Raad SZW Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Unie KBO Unie van Katholieke Bonden van Ouderen V&W Ministerie van Verkeer en Waterstaat VNG Vereniging van Nederlandse Gemeenten VROM Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport WMG Wet Marktordening Gezondheidszorg WMO Wet Maatschappelijke Ondersteuning ZN Zorgverzekeraars Nederland Zvw Zorgverzekeringswet ZZB Zorgzwaartebekostiging in de AWBZ