Verslag Landelijke Bijeenkomst
Eerste Landelijke Bijeenkomst in het kader van het project
“Krachtig Cliëntperspectief in het Nationaal Programma Ouderenzorg”
6 april 2009
Het project “Krachtig Cliëntperspectief in het Nationaal Programma Ouderenzorg” is op 6 april echt van start gegaan. De landelijke bijeenkomst in de Utrechtse Jaarbeurs heeft voor een stroomversnelling gezorgd. Veertig ouderen en hun vertegenwoordigers hebben daar, onder inspirerende leiding van Wim van Minnen (directeur CSO), ervaringen uitgewisseld en zich laten informeren over de landelijke aspecten van het project die van belang zijn voor ouderen in alle netwerken.
Het voormalige Eerste Kamer lid voor het CDA en huidig adviseur binnen de stuurgroep van het project, Mevrouw Hannie van Leeuwen, opende de bijeenkomst met een bevlogen welkomstspeech. Zij riep op tot meer aandacht voor de ouderen met complexe problematiek; de primaire doelgroep van het Nationaal Programma Ouderenzorg. De aandacht van de aanwezigen verslapte daarna zeker niet. Verantwoordelijk daarvoor was onder meer Yvonne Heygele (NOOM). Zij wist met haar verhaal ieder te overtuigen van het belang om ook de oudere migranten met complexe problematiek bij de netwerken te betrekken (zie tekst hieronder). Het project “Krachtig Cliëntperspectief in het Nationaal Programma Ouderenzorg” werd gepresenteerd door Lilian Weel. De voorzitter van de Stuugroep van het project, mevrouw Greweldinger had voor iedereen een warm en inspirerend afscheidswoord.
Voorafgaand aan dat afscheid wisselden de deelnemers eerst nog uitgebreid in subgroepen van gedachten over thema’s als: “Vindt u dat de ouderen met complexe problematiek, de mantelzorgers en de ouderen-vertegenwoordigers in uw netwerk optimaal vertegenwoordigd zijn?”. En: “Vindt u dat de inbreng van al deze groepen ouderen even serieus wordt genomen als de inbreng van de andere netwerkpartijen?”. Ook sprak men met elkaar over de vraag hoe de CSO de ouderen kan ondersteunen zodat het draagvlak van de ouderen in de netwerken vergroot wordt. Ook na afloop ontstond bij velen, onder het genot van een borrel en een hapje, opnieuw een geanimeerd gesprek. Een teken dat er echt behoefte is aan voor onderling contact. De evaluatie onder de aanwezigen heeft onder meer aan het licht gebracht dat er interesse is voor tenminste één landelijke bijeenkomst per jaar.
