Driejarigen naar basisschool: advies van Onderwijsraad

Alle peuters van drie jaar zouden minimaal vijf ochtenden per week naar de basisschool moeten kunnen. Dat staat in een advies van de Onderwijsraad aan demissionair minister Rouvoet. Bijna alle driejarigen maken inmiddels gebruik van kinderopvang of van de peuterspeelzaal. De kwaliteit van deze voorzieningen varieert echter sterk en laat in veel gevallen te wensen over. De raad pleit daarom voor een pedagogisch hoogwaardig aanbod voor alle kinderen in deze belangrijke fase van hun ontwikkeling, zoals ook in veel andere landen gebruikelijk is. In Vlaanderen nemen bijvoorbeeld vrijwel alle driejarigen deel aan kleuteronderwijs. Voor Nederland heeft de raad daarom de hoogste verwachtingen van een aanbod door de basisschool, vergelijkbaar met dat voor de vierjarigen. Meer informatie: opent in een nieuw venster www.onderwijsraad.nl

Joris Driepinter

Wie is er niet groot mee geworden? Joris Driepinter speelde in de jaren 1965-1978 de hoofdrol in melkpromotie gericht op kinderen tussen 6 en 14 jaar. Drie glazen melk luidde destijds het advies. En dat het vroeger allemaal lang zo slecht niet was bewijst wel deze reclame, alleen wordt hij enigszins gerestyled in “3 goede redenen om elke dag zuivel te eten of te drinken”. Hiermee wil de NZO wijzen op de rijkdom aan voedings-stoffen in melk en zuivel. Zuivelproducten zijn de voornaamste leveranciers van calcium en bevatten daarnaast vitame D, fosfor, kalium, vitamine B12 en hoogwaardige eiwitten. Al deze voedingsstoffen zijn nodig om botontkalking te voorkomen en om botsterkte op peil te houden. Het is lastig om zonder zuivel een optimale voeding voor je botten samen te stellen. Andere producten bevatten relatief veel minder calcium. Voor kinderen van 4-9 jaar is de aanbeveling: 2 glazen melk(producten) per dag en voor kinderen van 9-14 jaar: 3 glazen per dag. Voor meer informatie: opent in een nieuw venster www.zuivelonline.nl

Kinderen van fulltime werkende moeders ongezonder

 LONDEN - Kinderen van werkende moeders zijn minder gezond dan kinderen van moeders die thuis zijn. Dat blijkt uit recent Brits onderzoek. Volgens het onderzoek worden kinderen van werkende moeders vaker met de auto naar school gebracht, kijken ze meer dan twee uur per dag televisie en krijgen ze vaker frisdrank te drinken. Kinderen van parttime werkende moeders bleken meer fruit en groente te eten dan kinderen van fulltime werkende moeders. Toch bleek er geen verband tussen het aantal uren dat de moeders werkten en de hoeveelheid beweging en snacks en snoep die de kinderen kregen.
Volgens een van de onderzoekers, professor Catherine Law, moeten de resultaten van het onderzoek dan ook niet verkeerd begrepen worden en suggereren ze niet dat moeders niet zouden moeten werken. Zij stelt dan ook: "De resultaten van het onderzoek maken duidelijk dat er een beleid en programma's nodig zijn om ouders te helpen een gezonde leefomgeving voor hun kinderen te creëren." Het onderzoek, onder meer dan 12.000 Britse kinderen van vijf jaar, is gepubliceerd in the Journal of Epidemiology and Community Health. Bron: opent in een nieuw venster www.gezondheidsnet.nl

Kinderen die zakgeld krijgen, gaan beter met geld om

Van alle 6- en 7-jarige kinderen krijgt 55% zakgeld. 40% krijgt dit op regelmatige basis. De meeste ouders die geen zakgeld geven, vinden hun kinderen nog te jong. Het Nibud adviseert ouders om kinderen vanaf 6 of 7 jaar zakgeld te geven, omdat kinderen op die leeftijd beginnen met tellen en de waarde van geld leren kennen. Van de kinderen die op 6- of 7-jarige leeftijd al zakgeld krijgen, kent 55% de waarde van de verschillende euromunten. Van de kinderen die op die leeftijd nog geen zakgeld krijgen, kent 36% de verschillende waarden. Ook blijkt uit het onderzoek dat kinderen die zakgeld krijgen, vaker hun geld tellen en spelen met geld (52%), dan kinderen die geen zakgeld krijgen. Ook tellen ouders die zakgeld geven vaker geld met hun kind (37%) dan ouders die geen zakgeld geven. Kinderen leren op deze manier spelenderwijs met geld omgaan.

De meeste 6- en 7-jarigen krijgen 1 euro per week. 80% van de kinderen die zakgeld krijgen, kopen ook zelf wel eens iets. Het vaakst wordt er speelgoed gekocht, lego of playmobil, maar ook computerspelletjes en snoep kopen ze graag. Bijna de helft van de kinderen krijgt naast het zakgeld ook tussendoor geld toegestopt van de ouders of grootouders. Het Nibud raadt dit af en vindt dat kinderen juist regelmatig geld moeten krijgen, zodat ze uit leren te komen met hun inkomen. Het Nibud ziet dat veel ouders moeite hebben met hoe ze hun kinderen moeten leren met geld om te gaan. Daarom heeft het Nibud het boek Financiële opvoeding?Dat doe je zo! ontwikkeld waarin het Nibud ouders steun en informatie geeft bij het maken van keuzes in de financiële opvoeding van hun kind. Voor meer info: opent in een nieuw venster www.nibud.nl

Consument en Veiligheid leert kinderen vallen

Vallen op zich is niet gemakkelijk te voorkomen, wel kunnen de gevolgen van een val zoveel mogelijk worden beperkt door op een juiste manier te vallen. Daarom biedt Consument en Veiligheid onder het motto ‘leer stunten met Stan de Stuntman’ valtrainingen aan waarin kinderen leren hoe ze een val zo veilig mogelijk kunnen opvangen. De valtrainingen worden gegeven door gekwalificeerde judo-docenten.
De training is ontwikkeld in samenwerking met Yos Lotens, valpedagoog en schrijver van diverse boekjes zoals ‘Vallen en Opstaan’ en ‘Opvoeden door Stoeien’. Lotens: “Cijfers van Consument en Veiligheid laten zien dat kinderen vaak ernstig letsel hebben als gevolg van een val. Bewegingsachterstand en onkunde bij kinderen ten aanzien van valtechnieken spelen daar een belangrijke rol in. Ik ben ervan overtuigd dat het op een veilige manier leren vallen veel ernstig letsel kan voorkomen”.  Voor meer info: opent in een nieuw venster www.veiligheid.nl

Geef je kind goede vetten

Ouders moeten letten op de kwaliteit van het vet dat zij hun kinderen geven. Kinderen hebben namelijk goed (onverzadigd) vet nodig. Dit vet zit vooral in producten als halvarine en vloeibare bak- en braadproducten. Goed vet is belangrijk voor de ontwikkeling van het kind.

Hoe geef je je kinderen genoeg goede vetten? Vrij eenvoudig:
- Besmeer de boterhammen met halvarine. Halvarine levert goede vetten en bevat weinig calorieën.
- Gebruik vloeibare bak- en braadproducten. Deze leveren ook veel goede vetten.
- Kies bij melk en melkproducten, kaas en vlees(waren) voor de minder vette soorten. Deze bevatten ook minder verzadigd vet dan de vettere soorten.
- Koek en snacks bevatten vaak veel verzadigd vet. Geef kinderen daarom weinig te snoepen en te snacken.

Voor kinderen van 2 tot 6 jaar wordt dagelijks 25 tot 30 gram halvarine en vloeibare
bak- en braadproducten aanbevolen. Uit het voedselconsumptieonderzoek blijkt dat
kinderen gemiddeld maar 15 gram van deze producten met goede vetten binnenkrijgen.
Veel kinderen kunnen er dus meer van gebruiken.

Voor meer informatie: opent in een nieuw venster www.voedingscentrum.nl