De Ronde Tafel heeft in 1990 Sint en Piet pakken laten maken, vanaf die tijd hebben de Tafelaars zich in de december maand telkens verhuurd om als stel, tegen vergoeding, een half uurtje langs te komen bij een gezin met kinderen. Incidenteel werden we ook wel gevraagd voor een optreden voor volwassenen bijvoorbeeld tijdens een personeels - bijeenkomst van een bedrijf of voor een zaaltje vol genodigden in restaurant 't Poortwachtershuys.
Het werven van klandizie gebeurde in eerste instantie door binnen de kennissenkring van de diverse Tafelaars te ronselen. Later hebben we ook kleine annonces geplaatst in huis-aanhuisbladen, maar de meeste respons kregen we toch door te flyeren tijdens de intocht van Sinterklaas aan de Waalkade van Nijmegen.
Het (af)schminken gebeurde meestal bij Paul van der Zee thuis en soms in de praktijk van Rene Lecluse. Ik herinner me dat de zwartepietenschmink zo vreselijk hardnekkig was, dat zelfs na een stevige schrobbeurt onder de douche, het net leek of je zojuist mascara had opgedaan. Dit betekende in de praktijk dat je (ter voorkoming van rare misverstanden) de volgende morgen wat had uit te leggen aan je collega's. Bij het naborrelen bij Paul kwamen uiteraard allerlei hilarische gebeurtenissen van die middag/avond uitgebreid ter sprake.
Het bleek al snel dat een goede Sinterklaas het hele bezoek helemaal zelf moest kunnen vullen, maar dan nog moest je altijd veel improviseren. Je kon, om maar iets te noemen, langskomen bij een alleenstaande, getatoeeerde, weinig spraakzame, Tokkie-achtige man (met twee allerliefste dochtertjes) die tijdens het korte bezoek achteloos drie halve liters bier wegdronk geleund tegen de koelkast in de open keuken of in een pril gezinnetje met alleen een klein huilbabytje en een starende opa en oma, maar ook in een piepklein huisje van oma waar al haar kinderen en kleinkinderen in de woonkamer waren opgestapeld, en die er met zijn allen reuze veel zin in hadden.
lkzelf had als vast repertoire o.a. het uitpakken van de zak van zwarte Piet, daarin zaten allerlei accessoires die van pas kwamen bij onze tochten over de daken. Zoals een magneet aan een touwtje (voor het geval dat Piet per ongeluk iets door de schoorsteen had laten vallen), een knijpkat (dat is een zaklamp met een handdynamo), stoffer en blik (het zogenaamde "paardenvijg-vegertje"), twee aftandse walkietalkies (voor het broodnodige contact met de Wegwijspiet), een stukje touw van zo'n drie meter (zodat Piet voor kon doen hoe goed hij wel niet kon balanceren). Verder had ik een mooi verhaal over het paard van Sinterklaas dat bijna kwijt was (weetje trouwens hoe je een paard een suikerklontje geeft? Ja inderdaad, op de vlakke hand); we zongen een paar fijne liedjes; de kindertekeningen werden ingezameld met de belofte dat ze stuk voor stuk op een hele hoge muur van het zomerpaleis van de Sint zouden worden geplakt, zodat de sint het hele jaar nog kon nagenieten van de prachtige kleuren en het wonderschone tafereeltje; we gaven uiteraard nog wat praktische tips hoe je het beste je schoen kon zetten (een wortel erbij is fijn maar hoeft echt niet). Een echte klassieker was altijd de droogzwemles voor Piet: bijna overal waar we kwamen zaten er wel kinderen op zwemles en omdat Piet helemaal niet kan zwemmen (hij zou onmiddellijk verzuipen) vroegen we de kinderen om even een stukje voor te doen.
Op die manier heeft Paul van der Zee zonder het te weten eens een zwarte schminkstreep in de nieuwe wollen vloerbedekking getrokken, we kwamen er pas achter nadat er was afgerekend.
Een ander succesnummer was het opmeten van het kind: vaak kreeg je als Sint namelijk een briefje in handen geduwd van de moeder waarop stond dat het ventje zijn bordje niet goed leeg at. Dan werd zo n jochie plechtig opgemeten door zwarte Piet met het Meetlint, vervolgens werd het Grote Boek erbij gehaald (=het presentieboek van de Tafel) om te kijken hoe lang dat jongetje ook alweer een jaar geleden was. Vol verbazing gaf de Sint dan met zijn vingers aan hoe enorm dat jongetje gegroeid was in een jaar tijd: nee maar, wel meer dan tien centimeter! En daama vroeg de Sint belang-stellend aan de glunderende jongen hoe hij dat kunstje toch geflikt had: tja, natuurlijk altijd goed zijn bordje leeggegeten Sinterklaas, met vooral veel gezonde groente en uiteraard weinig snoepgoed.
Bij vertrek werd elk kind overladen met pepernoten, en het was de kunst van elke Piet om dan zodanig te strooien dat de vrouw des huizes zeker tot aan Pasen nog strooigoed zou tegenkomen bij het stofzuigen.
De secretaris van de Sint was onmisbaar als chauffeur-tijdsmanager-geldincasseerder-drager van het Grote Boek-schatbewaarder van de aangeboden kindertekeningen.