Service Project Pater Frans Hoefnagel
(Door Aswin Menke 2008)
Van 1963 tot en met 1967 werkten Hanni en Paul Oostvogel bij het Moroto Governement Hospital in Oeganda. 
Moroto ligt in de provincie Karamoja, in het Noordoosten van Oeganda. De bewoners van Karamoja behoren voornamelijk tot de Karimojong etnische groep maar delen het gebied met andere etnische groepen zoals de "Oropom", de "Pokot", de "Ik" en de "Tepeth". De veeteelt vormt de voornaamste bron van inkomsten en neemt zowel sociaal als cultureel gezien een zeer belangrijke plaats in. Weidegronden en water voor het vee zijn ook nu nog een bron van conflicten voor de Karimojong met hun buren in Oeganda, Soedan en Kenia.
Zo ook in de periode toen Paul en Hanni in Karamoja verbleven. Aangesteld door het bureau Internationaal Technische Hulp, werkte Paul Oostvogel als Medical Superintendent bij het Moroto Governement Hospital. In die hoedanigheid werd Paul meermalen geconfronteerd met de slachtingen die plaatsvonden tijdens de zogenaamde "Cattle Raids". Door de primitieve omstandigheden waarbij hij en zijn collega's moesten werken was men soms genoodzaakt om te kiezen welke overlevenden men nog wel kon redden met een operatie en welke niet meer.
Door de gebrekkige hygiene waren er ook epidimieen zoals meningitis en pokken. Het uitbreken van de pokken moest van de regering geheim gehouden worden daar het mogelijk een negatief effect kon hebben op het toerisme in Oeganda. Paul werd zo gedwongen om pokken patienten te transporteren naar een van de noordelijke "medical units". Bij een van zijn maandelijkse inspecties langs deze noodhospitaaltjes bleek dat het verplegend personeel van zo'n unit, haar post had verlaten en Paul vond twee dode pokken patienten en een ernstig verzwakte patient. Bescherming door de politie bleek noodzakelijk daar de locale bevolking Paul verantwoordelijk achtte voor het brengen van een ziekte onder hen en zeer geweldadig werd.
Niet alleen de pokkenepidemie moest geheim gehouden worden. Idi Amin, toen nog gewoon generaal, moest bij een bezoek aan de lokale legerbasis altijd door Paul behandeld worden met penicilline. Het was Top-Secret dat hij leed aan de geslachtsziekte Lues (Syphilis), toen nog in stadium II. Dit mocht in geen geval openbaar worden. Interessant genoeg kan syphilis in stadium III de hersenen aantasten en leiden tot megalomania, paranoia (Zie onder*). Dit zou veel van Idi Amins latere gedrag kunnen verklaren.


In 1971, op voordracht van Ad Havermans, werd Paul Oostvogel lid van RT106 Nijmegen. In 1972 ontstond, in samenspraak met Frans Hoefnagels, het idee om als service project de opleiding van een jongen en een meisje te financieren die graag verpleger wilde worden. RT106 heeft tot en met 1975 de opleiding van deze mensen ondersteund. Gedurende deze periode bezocht Frans Hoefnagels verschillende tafelavonden. Echter, in 1975 meende Frans dat het geen zin had om nog langer geld naar Oeganda te sturen gezien de algehele malaise als gevolg van het schrikbewind van Idi Amin die o.a. missie-en zendingswerkers het land had uitgejaagd
Syphilis in its tertiary (brain consuming) phase produces symptoms that are easily misdiagnosed as Bipolar Disorder combined with the Narcissistic and the Paranoid Personality Disorders. Syphilitic patients in the tertiary stage are often described as brutal, suspicious, delusional, moody, irritable, raging, lacking empathy, grandiose, and demanding. They are indecisive and absorbed in irrelevant detail one moment and irresponsibly and manically impulsive the next. They exhibit disorganized thinking, transient false beliefs, mental rigidity, and obsessive-compulsive repetitive behaviors. (Sam Vaknin 2006)
|